Logo BWR Academie

Chaos tijdens je eerste proef!

Het starten van wedstrijden met een jong paard of met een onervaren paard is zeker de eerste keer erg spannend. Thuis heb je je paard goed voor elkaar en je bent er van overtuigd dat je paard zeker een winstwaardige proef kan lopen. Met je instructeur stem je af of je inderdaad klaar bent om wedstrijd te gaan rijden en dan vraag je je startpas aan.

Thuis probeer je alles zo goed mogelijk voor te bereiden. Je zorgt dat je paard fit is, je maakt je zadel en hoofdstel schoon en zorgt dat je eigen outfit in orde is. Op de dag zelf vlecht je je paard in en maakt hem klaar voor transport.

Het is altijd spannend of het paard makkelijk de trailer op loopt maar dat gaat gelukkig helemaal goed. Rustig zet je je paard vast en op de trailer begint hij zelfs van het hooi te knabbelen. Je voelt je helemaal trots en je stapt in de auto en rijdt rustig het terrein af. Op naar je eerste wedstrijd.

Daar aangekomen meld je je aan bij het wedstrijdsecretariaat en daarna ga je je klaar maken. Je haalt je paard van de trailer af en opeens is je paard een paar centimeter gegroeid. Hij draait om je heen en met moeite kan je opzadelen. Wanneer je opstapt slik je een keer en het duurt niet lang of je paard gaat al bokkend door de losrijbaan en je vraagt je af hoe je je proef rond moet komen…….

Je probeert te redden wat er te redden valt, rijd je proef en gaat met een rotgevoel naar huis. Je hebt een vreselijke proef neergezet en je kan de vinger er niet op leggen wat er aan de hand is. Thuis geeft je paard ook wel eens een bok maar dat is alleen als hij erg jolig is dus er lijkt niks aan de hand met zadel of gezondheid. Na nog een paar van zulke ervaring ga je al met tegenzin op wedstrijd en hoop je alleen maar dat de dag gaat komen dat je ooit normaal je proef rond kan rijden. De lol van het wedstrijdrijden vervaagt en je weet niet meer wat je moet doen.

De vraag is in deze situaties altijd of dit probleem bij de ruiter zit of dat het probleem bij het paard zit. Vaak is het een combinatie van beide waarbij gedrag van de ruiter (of het paard) een reactie oproept bij het paard (of de ruiter) wat er weer voor zorgt dat de ruiter (of het paard)weer op de reactie van het paard (of de ruiter) gaat reageren. Je komt in een soort vicieuze cirkel terecht waar je zonder hulp niet meer uit komt.

Allereerst is het belangrijk dat je op zoek gaat naar de oorzaak. Reageert je paard ook zo als je onder zadel (onder de man) naar een vreemd terrein stapt en daar gaat rijden? Reageert je paard ook zo als je meedoet aan een clinic op een ander terrein of als je meedoet aan een oefenwedstrijd? Ga eens lessen bij je instructeur op een vreemde locatie zodat je kan beoordelen of je paard dan wel fijn loopt en reageert zoals thuis.

Daarnaast is het heel belangrijk om bij jezelf te rade te gaan of je echt vrij bent van (wedstrijd)spanning. Vraag eens aan je groom, stalgenoten of anderen die jou meemaken op wedstrijd of je anders bent dan thuis. Wanneer je last hebt van wedstrijdspanning zijn er veel mogelijkheden om daarmee aan de slag te gaan. Dat hoeft niet alleen op het mentale vlak te zijn maar kan ook in combinatie met je paard. Je zou er zelfs aan kunnen denken om je te laten begeleiden op wedstrijd door een professional op dit gebied.

Uiteraard moet je op zoek gaan naar een manier om het gedrag te doorbreken. Zeker wanneer dit gedrag al vaker vertoont is wordt het ‘aangeleerd gedrag’. Dit gedrag kan bewust of onbewust aangeleerd zijn en wordt door herhaling bevestigd. Het paard zal het rijden van wedstrijden gaan associëren met het rondspringen en bokken. Of nog erger… met een gebeurtenis die echt helemaal niet leuk is! Doe dit bij voorkeur in samenspraak met je instructeur of trainer.

Zelf heb ik ‘aangeleerd’ gedrag bij één van mijn paarden doorbroken door het gedrag te negeren en mijn paard een volledig andere, maar wel bevestigde, hulp te geven. Wanneer mijn paard steigerde doorbrak ik de situatie door de hulp te geven om aan te galopperen. Deze prikkel (de hulp) zorgde ervoor dat ze op een gegeven moment niet meer steigerde maar ging galopperen. Zij had geleerd dat het steigeren maakte dat ze moest galopperen. Het ongewenste gedrag van het aan galopperen was vele malen makkelijker op te lossen dan het steigeren. Daarnaast was het een stuk veiliger.

Aangeleerd gedrag doorbreken vraagt erg veel van jezelf. Je moet ontzettend consequent zijn en absoluut weten waar je mee bezig bent. Ook hiervoor geldt dat je dit bij voorkeur niet alleen moet doen, maar hulp moet inroepen van een deskundige.

Op dit moment heb ik zelf een jong paard wat ik start in de sport. Dit paard is wel 6 jaar maar nog niet zo lang onder zadel en erg jeugdig. Ik neem hem mee naar oefendressuurwedstrijden en naar clinics. Vooral de oefendressuurwedstrijden in Ermelo zijn erg leuk en leerzaam en Ermelo heeft een indrukwekkend terrein. Oefendressuur in combinatie met een clinic is ook erg leerzaam. Eerst rij je een proef die beoordeeld wordt en vervolgens geeft het jurylid (of een trainer) je nog een korte tijd instructie om je door bepaalde onderdelen te helpen. Door deze manier van oefenen kan je zelf met meer rust toewerken naar je eerste officiële wedstrijd.

Overigens is dit oefenen geen garantie voor probleemloos je paard meenemen op wedstrijd. Wanneer het officieel is komt er altijd een ander soort spanning bij kijken. Belangrijk is om die spanning gezond te houden en de spanning niet te laten overheersen. Stel jezelf een doel voor die bewuste wedstrijd en richt je daar volledig op. Zorg dat je doel realistisch en uitvoerbaar is en past bij het niveau wat je rijdt. Dan komt het uiteindelijk helemaal goed!

Delen:

Andere artikelen:

De BWR Academie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.